Pensioencompensatie
In het kader van gelijk(waardig)e beloning hebben uitleners vanaf 2026 ook te maken met een pensioencompensatie: het verschil in werkgeverspremie voor de regeling van de inlener en de werkgeverspremie van StiPP. Is de premie bij de inlener bijvoorbeeld 20,9%, dan moet er dus 20,9-15,9=5% worden gecompenseerd. Dat percentage wordt vermenigvuldigd met een jaarlijks vastgestelde factor; voor 2026 is dat 0,853.
De uitkomst daarvan is de compensatie die moet worden gegeven aan de uitzendkracht over dezelfde grondslag als die van StiPP. Kort gezegd: het SV-loon (vóór toepassing ET-regeling of bijtelling auto). In dit voorbeeld krijgt de uitzendkracht dus 5 x 0,853 = 4,27% compensatie over het SV-loon. Dat wordt betaald als bruto vergoeding, dus daar komen ook de werkgeverslasten nog overheen.